De relatie tussen oestrogeen en vet in de overgang

Zoals je inmiddels weet, als je mijn vorige artikel hierover hebt gelezen, daalt het oestrogeengehalte drastisch als je in de overgang bent en dit heeft rechtstreeks invloed op je vethuishouding. De vetopslag verandert en veel vrouwen hebben meer moeite niet zwaarder te worden. In je vruchtbare periode maakten je eierstokken oestrogeen, daarna nemen, in veel mindere mate wel, de bijnieren en vetweefsel het over.

Gewichtstoename in de overgang wordt veroorzaakt door:

  • Verminderde energiebehoefte,
  • afname van spierweefsel en
  • lagere ruststofwisseling.

De vorm van je lichaam verandert; slankere dijen en heupen, terwijl het vet meer rond je buik gaat zitten. En je lichaam gaat meer vocht vasthouden.

Buikvet

Buikvet is actief vet (dus niet alleen opslag) en heeft invloed op je hormoonaanmaak en celdeling. Dit vet bevordert ontstekingen en blokkeert een goede werking van de organen in je buikholte en daar zitten heel wat belangrijke organen, zoals je darmen, nieren en lever! Daarom is het, zeker als je in de overgang zit, belangrijk niet overmatig buikvet te hebben.
Dus, aan de ene kant is het normaal dat we een buikje krijgen, omdat daar het oestrogeen dat we nodig hebben wordt gemaakt, maar als je te veel buikvet krijgt, wordt er ook te veel oestrogeen aangemaakt, en daar zit je lichaam niet op te wachten in de overgang. De veranderde vetopslag is vooral een disbalans tussen oestrogeen en progesteron. Klachten bij een te hoog progesterongehalte kunnen zijn: hoofdpijn, vertraagde schildklier, gewichtstoename, pijnlijke borsten en angsten.

Ook de hormonen insuline en cortisol werken nauw samen met de hormonen oestrogeen en progesteron. Zijn deze in onbalans met elkaar, dan kunnen ze voor overgewicht zorgen en het niet fit voelen, zowel lichamelijk als mentaal.

a.u.b. log in om een bericht te plaatsen

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

You cannot copy content of this page